Topstukken

Schandbank & schandballen

Elburg kende vanaf het verkrijgen van de stadsrechten in de 13e eeuw tot het einde van de achttiende eeuw een eigen rechtspraak. Tot de strafwerktuigen behoorden onder meer de schandballen en de stok ofwel schandbank. Deze werktuigen werden in de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd gebruikt bij eerstraffen: straffen die werden opgelegd aan iemand die zich eerloos gedragen had. 

Voor de vrouw was haar eer vooral afhankelijk van haar seksuele reputatie: het kwijt raken van de maagdelijkheid van een ongehuwde vrouw bracht verlies van eer met zich mee. Door alsnog een huwelijk te sluiten kon een niet-maagdelijke vrouw weer ‘tot ere worden gebracht’. 

In 1723 werd Aartje Beens veroordeeld tot het dragen van de schandballen. Ze had twee ‘onegte’ kinderen gekregen en werd door meester Henrik ‘met de schandsteene om de hals’ uit de stad Elburg gejaagd. 

Hoewel overspel en hoerenlopen de naam van mannen geen goed deden, was de eer van mannen van meer factoren afhankelijk dan van de vrouw. Voor hen speelde vooral de beroepseer een belangrijke rol. 

Op de stok of schandbank konden vier veroordeelde personen tegelijkertijd ‘te kijk worden gezet’ als een eerloos persoon. In 1617 werd vagebond Toenis Henrickse tot de schandbank veroordeeld.  

'Het gericht veroordeelt Jannigje Peters om 3 dagen te water en brood in de stok te zitten omdat zij Donderdag avond zeer beschonken zijnde in de kerk onder de oefening, aldaar hardop gesproken heeft over de duivel als anders om zodoende de gemeente te turberen (beroeren) en de aandacht af te nemen Ordinerende haar zich in het vervolg nuchter en ordentelijk te gedragen enz get. 6 sept 1751'

 

 

Sint Agnietenklooster

Wijnbokaal

Boekje van het St. Joris Gilde

Planetarium van Laun