Sint Agnes

Het Sint Agnietenklooster waarin Museum Elburg gevestigd is werd gewijd aan de heilige Agnes, patroonheilige van de in clausuur levende zusters. Agnus is Latijn voor 'lam' en agnos is Grieks voor 'rein'. Zij is de beschermheilige van de verloofde paren, van de kuisheid, van de jonge meisjes en maagden en van de slachtoffers van verkrachting.

 

Agnes, een Romeinse maagd en martelares is een van de meest geliefde heiligen van de westerse kerk. Zij was de dochter van rijke en voorname ouders. Agnes is de Heer gevolgd tot in de dood, zowel ter verdediging van haar onschuld als door haar trouw aan Jezus, de Christus. Zij werd waarschijnlijk ter dood gebracht tijdens de vervolgingen onder keizer Decius, omstreeks het jaar 250. Volgens sommigen stierf zij de marteldood rond het jaar 290. Agnes was pas dertien jaar oud toen zij stierf. Dat betekent dat zij geboren is rond het jaar 237 of rond het jaar 277. Haar feestdag valt op 21 januari. Dit is echter niet haar geboortedag, maar haar sterfdag. Het is gebruikelijk om van heiligen hun sterfdag te vieren. Christenen geloven dat op die dag men opnieuw geboren wordt in het hemels paradijs.

 

Levensverhaal Sint Agnes

Op een dag werd Agnes, die op weg was van school naar huis, opgemerkt door Procopus, de zoon van een praetor. De jongen werd op slag verliefd en beloofde het mooie meisje geld, goed en edelstenen, als zij de zijne wilde worden (in die tijd was men met dertien jaar "huwelijksrijp"). Agnes was echter zeer ontstemd over dit aanzoek en riep: "Scheer je weg! Ik heb mij een andere Bruidegom gekozen." Vervolgens begon ze Diens kwaliteiten te prijzen: de adeldom van Zijn geslacht, Zijn schoonheid, Zijn rijkdom, macht en hoge opvattingen van de liefde: Zijn liefde is kuis, Zijn aanraking heilig, de eenwording met Hem is louter maagdelijkheid!" Zo voer zij voort in extatische zinnen, die voor die van het Hooglied nauwelijks onderdoen. Natuurlijk troffen die Procopus zeer onaangenaam. Hij sleepte zich naar huis, wierp zich op zijn bed en weigerde verdere omgang. Een ontboden arts stelde de enige juiste diagnose: minnepijn.

De bezorgde vader begreep wat hem te doen stond; hij ging naar Agnes om het één en ander te regelen, maar al snel werd hem duidelijk dat haar uitverkorene geen ander was dan Jezus, de Christus. Woedend stelde de praetor haar toen voor de keus: zij zou offeren aan de godin Vesta of naar een bordeel gevoerd worden. Agnes koos onversaagd voor de laatste mogelijkheid: "Ik kan door lijfelijke zonden niet verontreinigd worden, mij behoedt een Engel des Heren."

Toen gaf een rechter bevel haar ter plaatse te ontkleden en naakt door de straten van Rome te voeren, naar een huis van lichte zeden. Zodra zij was ontkleed liet God haar haren groeien, zo snel en dicht, dat haar naaktheid er beter door werd bedekt dan door welk gewaad ook. Eenmaal in het huis van lichte zeden aangekomen, verscheen daar bovendien een engel, die haar hulde in een fel schijnsel dat het slechte huis vervulde van een bovenaardse glans.

Het duurde niet lang of haar afgewezen minnaar vertoonde zich met een rumoerig gezelschap voor het zondig lokaal met voor de hand liggende bedoelingen. Maar toen hij zich op Agnes wilde storten, viel hij ter plekke dood neer. Daarop arriveerde de vader en smeekte Agnes zijn zoon weer tot leven te wekken. Zij bad tot God, en ja, de jongen stond op, bekeerde zich ter plekke en  vertrok om overal de blijde boodschap te verkondigen.

Agnes beproeving was hiermee nog niet ten einde. De Romeinse priesters waren des duivels toen zij van het geval vernamen, en daar de praetor zich op de vlakte hield namen zij hun toevlucht tot een beproefd middel: het ophitsen van het gepeupel. "Doodt die heks!", krijsten zij rond en weldra knetterde de brandstapel. Toen men Agnes in de vlammen wierp weken de vlammen echter uiteen en in plaats van Agnes te verbranden zaaiden zij paniek onder haar beulen. Tenslotte doorstak men haar keel en zo keerde Agnes tot haar Bruidegom. Na haar Hemelvaart openbaarde Agnes zich door tal van wonderen aan de gelovigen. Prinses Constantia, dochter van Keizer Constantijn werd door haar voorspraak genezen van melaatsheid, waarop zij ter ere van Agnes een basiliek liet bouwen boven de catacombe waar de heilige resten waren bijgezet.

Reactie schrijven

Commentaren: 0