Zoeken

Foto: Zuiderzeemuseum Enkhuizen

Foto: Zuiderzeemuseum Enkhuizen

Schokland - Hermanus Koekoek - Zuiderzee Museum Enkhuizen

Schokland - Hermanus Koekoek - Zuiderzee Museum Enkhuizen

Stormen en scheepsrampen op de Zuiderzee

26 september t/m 31 december 2008

Voor foto impressie klik hier

 
Er is bijna een eeuw verstreken sinds de laatste grote overstromingsramp in het Zuiderzeegebied plaatsvond. Op 13 en 14 januari 1916 viel een stormvloed samen met een hoge afvoer van de rivieren. Op tientallen plaatsen braken de dijken en liepen grote gebieden onder water. Sinds de 12e eeuw hadden de bewoners van het Zuiderzeegebied zich tegen het watergeweld teweer moeten stellen en bij elke storm heerste er vrees in de huizen achter de dijken. Als boven het stormgebulder het gedreun van een hoogwaterkanon of het geluid van een kerkklok weerklonk wist men dat het misging. Meestal had men geen andere mogelijkheid dan zich op de zolder terug te trekken en te hopen dat het huis het niet zou begeven. Op de eilanden, waar men helemaal geen kant op kon, moet men zich menigmaal wanhopig hebben gevoeld. Huizen bezweken daar regelmatig en verdwenen met inwoners en al in de woedende golven.

 De ramp van 1916 gaf de doorslag voor het aannemen van de Zuiderzeewet in 1918. De binnenzee mocht nooit meer een gevaar vormen en moest voorgoed getemd worden. In 1926 waren alle bestaande dijken versterkt en in 1932 werd de Afsluitdijk voltooid. In de Romeinse tijd was er al sprake van een merencomplex waarover de bezetters met hun marineschepen naar het noorden voeren om GermaniĆ« tot aan de Elbe te kunnen veroveren. In de Vroege Middeleeuwen noemde men het binnenwater Almere. Door een eeuwenlange verhoogde activiteit van de zee ontstond steeds meer kustafslag en landverlies waardoor dorpen als Biddinghuizen en Swifterbant verdronken. Over het onder water verdwenen Nagele zijn door vissers eeuwenlang verhalen verteld.

 In de 12e en 13e eeuw sloegen zware stormen enorme delen veengebied weg. In de eerste helft van de 13e eeuw kregen de duinen het zwaar te verduren en ontstonden er openingen in deze natuurlijke barriĆ«res. Na de St.Luciavloed van1287 werd de verbinding tussen het vasteland en Texel verbroken en daarna kwam de naam Zuiderzee algemeen in zwang. Tal van stormen lieten duidelijke sporen in het landschap na. Een kromming in de voormalige zeedijk met binnendijks een 's zomers aardig ogende kolk is vrijwel altijd de plek waar vroeger de zee, na een dijkdoorbraak, het land binnendrong en een spoor van verwoesting, dood en verderf aanrichtte. Hier en daar staat nog een hoogwaterkanon, bij blankenham en op Schokland bijvoorbeeld en overal zijn inscriptiestenen bewaard gebleven die aangeven hoe hoog de waterstand was in een bepaald jaar.

Vele kunstenaars hebben zich in de loop der tijd over deze rampen "ontfermd" door er tot de verbeelding sprekende schilderijen, tekeningen en prenten van te maken. Ze tonen vluchtelingen op een nog net niet weggespoeld stukje dijk, op een bijna instortend huis of in een boom. De slachtoffers heffen hun armen wanhopig ten hemel om zoveel natuurgeweld. Toen het Elburgse havenhoofd droogviel ontdekte men ook de resten van enige schepen die kennelijk in het zicht van de haven waren vergaan. In het Zuiderzeegebied zijn sinds de afsluiting en inpoldering honderden scheepswrakken uit diverse perioden ontdekt. Het onderzoek van deze overblijfselen heeft tot een veel beter beeld van de maritieme geschiedenis van de Zuiderzee geleid.

Met de tentoonstelling "Stormen en Scheepsrampen op de Zuiderzee" brengt Museum Elburg het vaak zware bestaan op de Zuiderzee en achter de dijken in beeld. Tentijde van deze tentoonstelling presenteren Ine Keitz (beeldend kunstenaar en kostuumontwerper) en Divina van Koppen (sieraadontwerper) de expositie/installatie "Storm in zicht" van 3 oktober tot en met 29 november 2008 op de visserijafdeling van het museum.